Het boek Eten met dolk en sabel was best wel populair onder kinderen. Gelukkig voor deze kinderen is er een hele serie over Piratenkostschool de Boekenier verschenen. De toren van Hoesbasbas is deel twee in deze serie. We gaan verder met de piraten op avontuur en verkennen hoe het leven op het land nou eigenlijk is. Zullen ze nu dan echte wegpiraten worden? In dit nieuwe avonturen gaan de kinderen een tocht maken in het schip en op rooftocht. Maar eerst moeten ze wel les krijgen in dat roven. Maar wie gaat die les geven? En wat doet Ricardo eigenlijk nog op school?

De toren van Hoesbasbas
De toren van Hoesbasbas is het tweede deel in de serie over de Piratenkostschool De Boekenier. De kinderen komen weer terug van hun vakantie. De piraten vonden dat veel te lang duren. Tim mist al snel zijn vriendin Lisa. Na twee dagen is ze er nog niet. Gelukkig gaan de piraten mee met Tim om haar te zoeken. Ricardo is wel gekomen, dat vind iedereen nogal bijzonder, want hij vond er voor de vakantie helemaal niets aan. Tjief Ensjenier heeft het schip van de piraten omgebouwd tot een wegschip, handig zeg! De piraten kunnen nu weer op een echte rooftocht. Dat is wel hard nodig, want het goud is inmiddels op. Kantje Boord, dat is het zusje van Bak en Stuur, komt op bezoek bij de piratenkostschool. Zij verteld iedereen dat er een schat verborgen ligt in de toren van Hoesbasbas. Dat ligt op het vaste land. Met een aantal kinderen gaan de piraten op rooftocht. Zal het ze lukken om de schat te vinden?

Leuk doorgetrokken thema
Piraten, Kantje Boord, Bak en Stuur. Het thema is wel lekker doorgetrokken in het verhaal. Dat vind ik persoonlijk super leuk. Als je het doet, doe het dan goed. Nou, dat kun je hier dus wel zeggen. Met de namen, Kapitein en Tjief (fijn dat het ook geschreven is zoals je het uitspreekt!) en de namen van de kinderen waan je je helemaal op Piratenkostschool De Boekenier. Ik denk dat jongens en meiden zullen genieten van het verhaal. Natuurlijk is het het allerleukst om eerst deel 1 van deze serie te lezen (Eten met dolk en sabel) en daarna de toren van Hoesbasbas. Maar mocht je dit deel eerst hebben gekregen of gekocht, dan is dat naar mijn idee geen probleem.

Voor wie is het verhaal geschreven
De toren van Hoesbasbas is geschreven op AVIM5. Dat is normaal gesproken voor kinderen midden groep 5, maar sterke lezers in groep 4 kunnen dit ook lezen. Er staan ook wat illustraties in het boek dat het nog leuker maakt ook voor jongere kinderen. Daarnaast vinden kinderen in groep 6 dit vast ook een leuk verhaal! Wat belangrijk is bij het lezen thuis, is het leesplezier van je zoon of dochter. Dus zit je zoon in groep 7 en wil hij graag dit boek lezen? Laat hem dit boek lekker lezen. Thuis maak je namelijk leeskilometers (zo veel mogelijk lezen). Zit je dochter in groep 4 en wil ze graag dit boek proberen? Super tof, ga er gezellig naast zitten en laat je voorlezen. Mocht het toch wat te lastig zijn kun je kijken of je om en om een zin leest. Of om en om een bladzijde. Net wat het nóg leuker maakt om de toren van Hoesbasbas te lezen.
Het verhaal heeft wel wat spanningselementen, maar ook veel humor. Het gaat natuurlijk niet voor niets over piraten. Daar hoort ook wel iets van spanning bij. Tjief is bijvoorbeeld best een beetje eng (hoewel dat in deel 1 meer naar voren komt dan in De toren van Hoesbasbas). Ze gaan op rooftocht en ook dat is best een beetje spannend. Ook Tim en Riekus vinden dingen best een beetje spanning. Maar gaandeweg de serie worden ook zij steeds een beetje stoerder. Er is voor alle kinderen wel iets herkenbaars te vinden. De jongen die dingen spannend vind (Tim), het meisje dat toch wel stoer is (Lisa) of de jongen die toch een beetje een pestkop is als verdedigingsmechanisme (Rico of Ricardo genaamd). Dat maakt het extra leuk om te lezen en ook om de serie te lezen. Je ziet de personages groeien in de verschillende boeken.

Lastige namen
Zoals je hierboven wel kunt lezen is het thema helemaal doorgetrokken in de serie over Piratenkostschool de Boekenier. De namen zijn fantastisch, maar op een ‘officiële’ schrijfwijze wel wat lastig voor kinderen. Maar op de manier waar Gerdien Nijland voor gekozen heeft denk ik dat het voor de meeste kinderen goed te doen is. Mocht het niet lukken, kun je ze natuurlijk altijd helpen. Daarnaast komen ook meneer P.A. Pier en V.E.R. Gunning weer in De toren van Hoesbasbas voor. Ik heb eerst dit boek (deel 2) los gelezen en daarna na het lezen van deel 1, hoewel het los ook te lezen is zou ik aanraden om de serie achter elkaar te lezen. Dat betekend dus starten met deel een en dan zo doorlezen in deel twee om daarna naar deel 3 en 4 te gaan. Zo zit je helemaal in het verhaal en groei je daarin ook mee.

Specificaties De toren van Hoesbasbas
Auteur: Gerdien Nijland | Uitgeverij: columbus | Eerste uitgave: 1 maart 2023 | ISBN: 9789085435150 | 140 pagina’s | Prijs: 13,99 euro | Meer informatie bij je lokale boekhandel, bij de uitgeverij of klik hier voor Bol
Meer van piratenkostschool de Boekenier
- Eten met dolk en sabel (deel 1)
- De toeren van Hoesbasbas (deel 2)
- De koninklijke rooftocht (deel 3)
- Het drijvende eiland (deel 4)
Specificaties De toren van Hoesbasbas
Auteur: Gerdien Nijland | Uitgeverij: Columbus/Jongbloed media | Eerste uitgave: 1 maart 2023 | ISBN: 9789085435150 | 140 pagina’s | Meer informatie bij je lokale boekhandel, bij de uitgeverij of klik hier voor Bol of Amazon



1 thought on “De toren van Hoesbasbas – Piratenkostschool De Boekenier”